Godblessyou.nl
Hosea 4:6 – Mijn volk gaat te gronde door het gebrek aan kennis…

In den beginne...

In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. Dit was in den beginne bij God. En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eniggeborenen van den Vader), vol van genade en waarheid. (Johannes 1:1-2, 14)

 

Genesis 1:1-2 In den beginne schiep God den hemel en de aarde. De aarde nu was woest en ledig, en duisternis was op den afgrond; en de Geest Gods zweefde op de wateren.

 

 

Johannes 17:21 Opdat zij allen een zijn, gelijkerwijs Gij, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons een zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt.

 

 

In de eerste drie hoofdstukken van de bijbel komen we al heel veel te weten over God. Een belangrijk kenmerk van God is de scheppende kracht van Zijn Woord. Alles wat God uitspreekt komt tot bestaan.

 

 

Genesis 1:3 En God zeide: Daar zij licht! En daar werd licht.

 

 

Genesis 1:11 En God zeide: Dat de aarde uitschiete grasscheutjes, kruid zaadzaaiende, vruchtbaar geboomte, dragende vrucht naar zijn aard, welks zaad daarin zij op de aarde! En het was alzo.

 

 

Genesis 1:24 En God zeide: De aarde brenge levende zielen voort, naar haar aard, vee, en kruipend, en wild gedierte der aarde, naar zijn aard! En het was alzo.

 

 

In het tweede hoofdstuk zien we Gods Geest aan het werk en waar Hij nog meer toe in staat is. In Genesis hoofdstuk twee zien we hoe God de mens formeert uit het stof van de aarde en hem tot een levend wezen maakt door de adem des levens in hem te blazen.

 

 

Genesis 2:7 En de HEERE God had den mens geformeerd uit het stof der aarde, en in zijn neusgaten geblazen den adem des levens; alzo werd den mens tot een levende ziel.

 

 

In het eerste hoofdstuk van Genesis lezen we iets heel bijzonders:

 

 

Genesis 1:26 En God zeide: Laat Ons mensen maken, naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en dat zij heerschappij hebben over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over het vee, en over de gehele aarde, en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt.

 

 

Is het je opgevallen? En God (enkelvoud) zeide: Laat Ons (meervoud) mensen maken, naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis;... Dit is bijzonder, maar tegelijkertijd ook iets wat moeilijk te bevatten is met het menselijk verstand. God is één, maar Hij spreekt over zichzelf in meervoudige vorm. Hoe moet je dit uitleggen zodat een ieder dit begrijpt? Is dit überhaupt mogelijk?

 

 

1 Korinthe 13:12 Want wij zien nu door een spiegel in een duistere rede, maar alsdan zullen wij zien aangezicht tot aangezicht; nu ken ik ten dele, maar alsdan zal ik kennen, gelijk ook ik gekend ben.

 

 

De bijbel zelf geeft aan dat het niet mogelijk is om volledig te bevatten wie en wat God precies is. Als je hier even over nadenkt is dit niet meer dan logisch. God, die zelf buiten alle tijd, ruimte en materie staat, heeft tijd, ruimte en materie gemaakt. En nu willen wij mensen, gevangen in die (door God gecreëerde) dimensies van tijd, ruimte en materie exact weten en begrijpen wie God is en hoe hij in dit alles te werk gaat of is gegaan? Dit is een onmogelijke opgave. We zullen moeten accepteren dat wij mensen niet in staat zijn om tot in detail te begrijpen hoe, wie en wat God is. In de bijbel leren we veel over God, niet alles, maar meer dan voldoende. De reden hiervoor is simpel; het is onmogelijk om met het menselijk verstand God volledig te doorgronden:

 

 

Jesaja 55:9 Want gelijk de hemelen hoger zijn dan de aarde, alzo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen, en Mijn gedachten dan ulieder gedachten.

 

 

Psalm 145:3 De HEERE is groot en zeer te prijzen, en Zijn grootheid is ondoorgrondelijk.

 

 

Wij mensen kunnen altijd naar elkaar verwijzen door te zeggen: ´ik lijk een beetje op hem' of ´ik zing zoals zij' of ´ik dans net zoals hij'. Wij hebben dus 'materiaal' om onszelf mee te vergelijken. God is de schepper van hemel, aarde en al wat daarin is en Hij is uniek. Hij kan niet naar iets of iemand wijzen en zeggen: ´ik ben zoals hem, haar of dat'. God is met niets of niemand te vergelijken, want niemand is als Hij. Niemand zal ooit in staat zijn (en niets of niemand is dat ooit geweest) om te scheppen wat Hij heeft geschapen. Niemand zal ooit kunnen zijn (en niets of niemand is dat ooit geweest) wie Hij is.

 

 

2 Samuël 7:22 Daarom zijt Gij groot, HEERE God! Want er is niemand gelijk Gij, en er is geen God dan alleen Gij, naar alles, wat wij met onze oren gehoord hebben.

 

 

Psalm 86:8 Onder de goden is niemand U gelijk, Heere! en er zijn geen gelijk Uw werken.

 

 

Jeremia 10:6-7 Omdat niemand U gelijk is, o HEERE! zo zijt Gij groot, en groot is Uw Naam in mogendheid. Wie zou U niet vrezen, Gij Koning der heidenen? Want het komt U toe; omdat toch onder alle wijzen der heidenen, en in hun ganse koninkrijk, niemand U gelijk is.

 

 

In Exodus zien ook we terug dat God met niemand kan worden vergeleken. Toen Gods volk uit de handen van de Farao moest worden bevrijd, vroeg Mozes aan de Here: wanneer ik kom tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: De God uwer vaderen heeft mij tot ulieden gezonden; en zij mij zeggen: Hoe is Zijn naam? wat zal ik tot hen zeggen? (Exodus 3:13-14). God antwoordde: IK ZAL ZIJN, Die IK ZIJN ZAL! Ook zeide Hij: Alzo zult gij tot de kinderen Israels zeggen: IK ZAL ZIJN heeft mij tot ulieden gezonden!

 

 

 

 

 

Een korte samenvatting van wat we tot nu toe hebben behandeld:

 

Gods woord heeft scheppende kracht (o.a. Genesis 1:3)
De levensadem van God maakte de eerste mens tot een levende ziel (Genesis 2:7)
God is één, maar spreekt over zichzelf in meervoudige vorm (Genesis 1:2,26, Johannes 1:1-2,14)
Het is onmogelijk om volledig te begrijpen wie/wat God is (o.a. 1 Korinthe 13:12, Jesaja 55:9)
God is met niemand te vergelijken, Hij is uniek (o.a. Psalm 86:8, Jeremia 10:6-7, 2 Samuël 7:22)

 

Volgende pagina: God is onze Vader...