In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. Dit was in den beginne bij God. Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem gemaakt; en de wereld heeft Hem niet gekend. En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eniggeborenen van den Vader), vol van genade en waarheid (Johannes 1:1-2,10,14)
Mattheüs 1:18 De geboorte van Jezus Christus was nu aldus; want als Maria, Zijn moeder, met Jozef ondertrouwd was, eer zij samengekomen waren, werd zij zwanger bevonden uit den Heilige Geest.
Niet door, niet van, maar UIT den Heilige Geest. Iets kwam uit de Heilige Geest van God en nestelde zich in de buik van Maria en vormde zo hetgeen dat uit de Heilige Geest kwam. De Geest van God vormde Jezus Christus in de moederschoot van Maria. De komst van Jezus Christus werd al lang voordat Hij kwam door verschillende profeten geprofeteerd.
Mattheüs 1:1 lijkt in eerste instantie niet zo speciaal, maar als je er even over nadenkt besef je wellicht hoe bijzonder deze tekst is:
Mattheüs 1:1 Het boek des geslachts van JEZUS CHRISTUS, den Zoon van David, den Zoon van Abraham.
In Mattheüs 3:17 komen we erachter dat Jezus de Zoon van God is. En vanuit het Oude Testament kunnen we concluderen dat Jezus God is en dat Jezus (de Zoon) de vlees geworden gedaante van God is. Als we terug gaan naar Matheüs 1:1, krijgt dit vers een hele nieuwe lading, namelijk dat de Bijbel, het boek van God is met al Zijn geslachten. Jezus heeft David gemaakt en is daarom (ook) de God van David en de God van Abraham. Jezus was er al vanaf den beginne:
Johannes 8:57-58 De Joden dan zeiden tot Hem: Gij hebt nog geen vijftig jaren, en hebt Gij Abraham gezien? Jezus zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Eer Abraham was, ben Ik.
Johannes de doper laat duidelijk merken dat er groot onderscheid te maken is tussen Jezus en hijzelf:
Mattheüs 3:11 Ik doop u wel met water tot bekering; maar Die na mij komt, is sterker dan ik, Wiens schoenen ik niet waardig ben Hem na te dragen; Die zal u met den Heilige Geest en met vuur dopen.
In het veertiende vers van het zelfde hoofdstuk lees je dat Johannes zichzelf niet waardig achtte om Jezus te dopen. Dit geeft de hoge positie van Jezus aan. Johannes was een profeet en profeten hadden hoog aanzien in de Joodse gemeenschap, maar Johannes wist dat Jezus meerder was dan hij. God zelf had Johannes daarvan een openbaring gegeven. Dit komt terug in de eerste verzen van Johannes (zie bovenaan deze pagina). Johannes wist precies met wie hij van doen had:
God is Geest. Het Woord is God. Jezus is het Woord en Hij was God in een vleesgeworden lichaam.
Laten we eens kijken naar wat Jezus over zichzelf zegt.
Mattheüs 11:27 Alle dingen zijn Mij overgegeven van Mijn Vader; en niemand kent den Zoon dan de Vader, noch iemand kent den Vader dan de Zoon, en dien het de Zoon wil openbaren.
Jezus zegt eigenlijk: alles van God is nu in Mijn macht. Als Jezus alle macht heeft dan moet Hij wel God zijn. Jezus zegt dat Hij God kent. Er is er maar één die God het beste kent en dat is God zelf.
Mattheüs 12:8 Want de Zoon des mensen is een Heere ook van den Sabbat.
Hij zegt hier letterlijk dat Hij de Heer is van den Sabbat. Heer is de aanduiding voor God. Jezus zegt hier dus eigenlijk: Ik ben de God van de Sabbat en van nog veel meer, want hij gebruikt het woord 'ook'.
Johannes 5:43 Ik ben gekomen in den Naam Mijns Vaders, en gij neemt Mij niet aan; zo een ander komt in zijn eigen naam, dien zult gij aannemen.
Jezus verteld hier dat hij niet komt in Zijn eigen naam (als mens zijnde), maar in de naam van Zijn Vader. Hij wilde namelijk niet dat we een mens zouden aanbidden of dat we een beeld van Hem zouden maken om te aanbidden. De kracht zit niet in een beeld, maar in God Zijn Geest. Naast het feit dat Jezus op aarde kwam om onze zonden te dragen aan het kruis, was Hij op aarde om de mensen te laten zien hoe een christen hoort te leven. Zijn leven op aarde was en is ons grote voorbeeld. Zijn ‘rol' als mens op aarde diende als een voorbeeldfunctie. Daarom verwees Hij in alles wat Hij deed naar de Vader in de hemel. Hij nam nooit zelf de eer voor de dingen die Hij deed (zieken genezen, mensen uit de dood opwekken, enz), maar Hij gaf alle eer aan de Vader in de hemel.
Hij zocht nooit roem (kijk maar in de bijbel: als hij mensen genas, zei Hij vaak: vertel niemand wat ik heb gedaan...). Waarom roemde Hij niet? Als Hij wel zou roemen en alle eer zou opstrijken (en begrijp ons goed: als er iemand was die dat zou mogen doen, dan was Hij dat wel!!), dan zou Hij een slecht voorbeeld zijn geweest voor ons. Wij zouden dan ook gaan roemen en alle eer opstrijken als we bijvoorbeeld een zieke de handen opleggen en hij/zij wordt genezen. Dat is ABSOLUUT NIET de bedoeling. Toch zijn er nu mensen die dit niet goed hebben begrepen (of niet willen begrijpen), want velen strijken zelf de eer op in plaats van de eer aan God te geven. Jezus wil dat de Vader alle eer krijgt. En om geen slecht voorbeeld te geven, verwees hij naar de Vader in de hemelen. Hij verwees naar de plek waar Hij nu ook weer is, want zij zijn één!
Johannes 16:16 Een kleinen tijd, en gij zult Mij niet zien; en wederom een kleinen tijd, en gij zult Mij zien, want Ik ga heen tot den Vader.
Hij kon net zo makkelijk naar zichzelf verwijzen (want Hij is immers de eeuwige God en Vader en Hij, het vleesgeworden Woord kwam naar de aarde), maar dat zou geen goed voorbeeld zijn (naar ons toe). Hij zou dan verwijzen naar een vleesgeworden mens op aarde en het idee kunnen verwekken dat mensen aanbeden moeten worden als God. Dat is niet de bedoeling. Want God is Geest, hij kwam naar de aarde om zichzelf bekend te maken aan ons (een voorbeeld te zijn) en de breuk, veroorzaakt door de zondeval te herstellen (kruisiging en verzoening). Daarom zegt Hij: bidt tot de Vader in Mijn naam. Jezus vertelt ons dat de naam van God de naam is waar Hij mee rondliep. De naam van de Vader is dan Jezus. Jezus heeft zelf dat Hij (als Zoon) niet te onderscheiden is van Zijn Vader en dat Hij en de Vader één zijn. Daarom verschilt Jezus ook zo van ons mensen in de dingen die Hij deed en zei:
Johannes 10:11 Ik ben de goede Herder; de goede herder stelt zijn leven voor de schapen.
Johannes 5:19 Jezus dan antwoordde en zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: De Zoon kan niets van Zichzelven doen, tenzij Hij den Vader dat ziet doen; want zo wat Die doet, hetzelve doet ook de Zoon desgelijks.
Johannes 10:18 Niemand neemt hetzelve van Mij, maar Ik leg het van Mijzelven af; Ik heb macht hetzelve af te leggen, en heb macht hetzelve wederom te nemen. Dit gebod heb Ik van Mijn Vader ontvangen.
Johannes 10:28 En Ik geef hun het eeuwige leven; en zij zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid, en niemand zal dezelve uit Mijn hand rukken.
Johannes 10:30 Ik en de Vader zijn één.
Johannes 14:7 Indien gijlieden Mij gekend hadt, zo zoudt gij ook Mijn Vader gekend hebben; en van nu kent gij Hem, en hebt Hem gezien.
Johannes 14:13 En zo wat gij begeren zult in Mijn Naam, dat zal Ik doen; opdat de Vader in den Zoon verheerlijkt worde.
Om deze redenen is het zo dat als we Jezus aanroepen, we tegelijkertijd God de Vader en Heilige Geest aanroepen. Deze zijn namelijk één. Jezus zegt zelfs dat als wij Hem als Zoon zijnde niet eren, dat we de Vader niet eren. (Johannes 5:23). Als Jezus dat zegt kunnen we niet anders concluderen dat hij meer dan een profeet was. Dat Hij de Eniggeboren Zoon van God is. Dat Hij God op aarde was. Dat Hij de gedaante is van God waardoor God Zijn wil kon openbaren, verzoening kon brengen en mensen werkelijk van Hem konden leren. Jezus is God en Hij kon, toen Hij op aarde was, de zonden van mensen vergeven. Hij is immers God (hieronder in Lukas 5:21 hadden de Farizeeën dus meer gelijk dan ze dachten...)
Lukas 5:21 En de Schriftgeleerden en de Farizeeën begonnen te overdenken, zeggende: Wie is Deze, Die gods lastering spreekt? Wie kan de zonden vergeven, dan God alleen?
Mattheüs 9:2,6 En Jezus, hun geloof ziende, zeide tot den geraakte: Zoon! wees welgemoed; uw zonden zijn u vergeven. Doch opdat gij moogt weten, dat de Zoon des mensen macht heeft op de aarde, de zonden te vergeven (toen zeide Hij tot den geraakte): Sta op, neem uw bed op, en ga heen naar uw huis.
Volgende pagina: ...Deze drie zijn een...