Paulus legt in 1 Korinthe 12 uit dat het spreken in tongen één van de negen gaven van de Heilige Geest is:
1 Korinthe 12:4-11 - En er is verscheidenheid der gaven, doch het is dezelfde Geest; En er is verscheidenheid der bedieningen, en het is dezelfde Heere; En er is verscheidenheid der werkingen, doch het is dezelfde God, Die alles in allen werkt. Maar aan een iegelijk wordt de openbaring des Geestes gegeven tot hetgeen oorbaar is. Want dezen wordt door den Geest gegeven het woord der wijsheid, en een ander het woord der kennis, door denzelfden Geest; En een ander het geloof, door denzelfden Geest; en een ander de gaven der gezondmakingen, door denzelfden Geest. En een ander de werkingen der krachten; en een ander profetie; en een ander onderscheidingen der geesten; en een ander menigerlei talen; en een ander uitlegging der talen. Doch deze dingen alle werkt een en dezelfde Geest, delende aan een iegelijk in het bijzonder, gelijkerwijs Hij wil.
1 Korinthe 14:2 - Want die een vreemde taal spreekt, spreekt niet den mensen, maar Gode; want niemand verstaat het, doch met den geest spreekt hij verborgenheden.
Het spreken in tongen is de gave om in een taal te kunnen spreken die de persoon zelf niet begrijpt of verstaat (alleen zij die de gave hebben om tongen te kunnen uitleggen/vertolken, kunnen verstaan wat er wordt gesproken). Iemand die in tongen spreekt, spreekt in geheimenissen. De bron van deze gave is een geest. Wij zeggen hier met nadruk ‘een geest', omdat er verschillende bronnen mogelijk zijn. Het kan de Heilige Geest zijn die door iemand heen spreekt; dan gaat het om de gave die Paulus in 1 Korinthe 12 en 14 beschrijft. Het kunnen ook demonen of boze geesten zijn die door iemand heen spreken en de persoon kunnen laten denken dat hij of zij de gave van het spreken in tongen van de Heilige Geest heeft ontvangen. In zulke gevallen wordt niet de Here verhoogd, maar krijgt deze geest de ruimte om verschrikkelijke lastertaal te uiten tegen God en de mensen die Hem dienen! Het is daarom van groot belang om alle dingen te toetsen en alleen het goede te behouden, precies zoals de bijbel het ons leert. Verderop in dit artikel zullen we terugkomen op het toetsen van deze gave. Laten we eerst kijken naar wat de bijbel ons leert over het spreken in tongen.
Tegenwoordig wordt in het merendeel van de pinkster/charismatische bewegingen geleerd dat het spreken in tongen een gave is die iedere gelovige hoort te bezitten. Er wordt gezegd dat zij die vervuld zijn met de Heilige Geest, in tongen horen te spreken. DE BIJBEL ONDERSTEUNT DEZE LEER ABSOLUUT NIET! Het is een leugen van de vijand om te geloven dat een ieder in tongen hoort te spreken, want de bijbel leert ons dat de gaven van de Heilige Geest worden toebedeeld aan een ieder in het bijzonder, gelijkerwijs Hij wil! (zie hierboven 1 Korinthe 12:4-11).
1 Korinthe 12:28-30 - En God heeft er sommigen in de Gemeente gesteld, ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars, daarna krachten, daarna gaven der gezondmakingen, behulpsels, regeringen, menigerlei talen. Zijn zij allen apostelen? Zijn zij allen profeten? Zijn zij allen leraars? Zijn zij allen krachten? Hebben zij allen gaven der gezondmakingen? Spreken zij allen met menigerlei talen? Zijn zij allen uitleggers?
Kijk eens goed naar de vragen die Paulus hier stelt. Waarom stelde hij deze vragen? Paulus deed dat alleen maar om iets duidelijk te maken. Zijn zij allen apostelen? Zijn zij allen profeten? Zijn zij allen leraars? Zijn zij allen krachten? Hebben zij allen gaven der gezondmakingen? Spreken zij allen met menigerlei talen? Zijn zij allen uitleggers? Het is duidelijk dat het antwoord op een ieder van deze vragen ‘NEE' is. De vele verschillende leden van het lichaam (apostelen, profeten, leraars, krachten, gaven der gezondmakingen, spreken in tongen, vertolken van tongen etc.) vormen samen één lichaam in Christus. Waren zij allen één lid, waar zou dan het lichaam zijn?
1 Korinthe 12:12-27 - Want gelijk het lichaam een is, en vele leden heeft, en al de leden van dit ene lichaam, vele zijnde, maar een lichaam zijn, alzo ook Christus. Want ook wij allen zijn door een Geest tot een lichaam gedoopt; hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten, hetzij vrijen; en wij zijn allen tot een Geest gedrenkt. Want ook het lichaam is niet een lid, maar vele leden. Indien de voet zeide: Dewijl ik de hand niet ben, zo ben ik van het lichaam niet; is hij daarom niet van het lichaam? En indien het oor zeide: Dewijl ik het oog niet ben, zo ben ik van het lichaam niet; is het daarom niet van het lichaam? Ware het gehele lichaam het oog, waar zou het gehoor zijn? Ware het gehele lichaam gehoor, waar zou de reuk zijn? Maar nu heeft God de leden gezet, een iegelijk van dezelve in het lichaam, gelijk Hij gewild heeft. Waren zij alle maar een lid, waar zou het lichaam zijn? Maar nu zijn er wel vele leden, doch maar een lichaam. En het oog kan niet zeggen tot de hand: Ik heb u niet van node; of wederom het hoofd tot de voeten: Ik heb u niet van node. Ja veeleer, de leden, die ons dunken de zwakste des lichaams te zijn, die zijn nodig. En die ons dunken de minst eerlijke leden des lichaams te zijn, denzelven doen wij overvloediger eer aan; en onze onsierlijke leden hebben overvloediger versiering. Doch onze sierlijke hebben het niet van node; maar God heeft het lichaam alzo samengevoegd, gevende overvloediger eer aan hetgeen gebrek aan dezelve heeft; Opdat geen tweedracht in het lichaam zij, maar de leden voor elkander gelijke zorg zouden dragen. En hetzij dat een lid lijdt, zo lijden al de leden mede; hetzij dat een lid verheerlijkt wordt, zo verblijden zich al de leden mede. En gijlieden zijt het lichaam van Christus, en leden in het bijzonder.
Hoe kan het dan toch dat er bijna overal wordt geleerd dat iedereen in tongen behoort te spreken? Is de bijbelse uitleg uit 1 Korinthe 12 dan niet duidelijk genoeg? Door de dwaalleer te verkondigen dat iedere gelovige in tongen hoort te spreken, wordt veel schade aangericht. Velen, die niet in tongen spreken, voelen zich minderwaardig en zijn wanhopig de Here aan het smeken om deze gave te ontvangen. Dit is een groot probleem. Waarom? Omdat we nergens in de bijbel worden opgedragen om te streven naar het ontvangen van de gave van het spreken in tongen. Overal in de bijbel waar mensen de gave ontvingen om te kunnen spreken in tongen, was het iets wat ze overkwam (zie bijvoorbeeld handelingen 2). Ze waren er niet naar op zoek in gebed, en al helemaal niet voor een langere periode. Het enige waar ze naar op zoek waren, was om in alles de wil van de Vader te doen. Op het moment dat dat het streven is, krijgt God alle ruimte die Hij nodig heeft in het leven van de gelovige. Het verkondigen dat iedereen in tongen behoort te spreken is niet het enige probleem. De bijbelse voorschriften die aangeven hoe deze gave moet worden gebruikt (1 Korinthe 14), worden vandaag de dag compleet genegeerd. Hier komen we later in dit artikel op terug. We blijven nu nog even bij hoe het kan dat er zoveel wordt verkondigd dat iedereen in tongen hoort te spreken. Er zijn een aantal bijbelteksten die worden gebruikt (‘misbruikt' is hier eigenlijk beter op zijn plaats) om deze valse leer te ondersteunen:
Marcus 16:16-18 - Die geloofd zal hebben, en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden. En degenen, die geloofd zullen hebben, zullen deze tekenen volgen: in Mijn Naam zullen zij duivelen uitwerpen; met nieuwe tongen zullen zij spreken. Slangen zullen zij opnemen; en al is het, dat zij iets dodelijks zullen drinken, dat zal hun niet schaden; op kranken zullen zij de handen leggen, en zij zullen gezond worden.
In deze tekst is Jezus aan het woord en noemt Hij enkele tekenen die te vinden zullen zijn onder de gelovigen. Een daarvan is dat zij met nieuwe tongen zullen spreken. Velen gebruiken dit om hun argument of leer, dat het spreken in tongen voor iedereen is, kracht bij te zetten. Vaak wordt ook alleen de passage ‘met nieuwe tongen zullen zij spreken' (voor)gelezen, alsof dat het enige is wat er in deze bijbeltekst te vinden is. Echter, Jezus geeft hier nergens aan dat iedere gelovige in nieuwe tongen zal spreken. Hij geeft hier simpelweg een opsomming van een aantal zaken die onder de gelovigen terug te vinden zijn. Als iemand die Christus dient nooit in zijn leven een slang heeft opgenomen of iets dodelijks heeft gedronken zonder dat hem/haar iets overkwam... Is die persoon dan geen gelovige? Laten we alsjeblieft niet vergeten dat het lichaam van Christus veel verschillende leden heeft, doch één lichaam is....
Handelingen 1:14-15 - Deze allen waren eendrachtelijk volhardende in het bidden en smeken, met de vrouwen, en Maria, de moeder van Jezus, en met Zijn broederen. En in dezelve dagen stond Petrus op in het midden der discipelen, en sprak (er was nu een schare bijeen van omtrent honderd en twintig personen):
Handelingen 1:26 - En zij wierpen hun loten; en het lot viel op Matthias, en hij werd met gemene toestemming tot de elf apostelen gekozen.
Handelingen 2:1-4 - En als de dag van het Pinkster feest vervuld werd, waren zij allen eendrachtelijk bijeen. En er geschiedde haastelijk uit den hemel een geluid, gelijk als van een geweldigen, gedreven wind, en vervulde het gehele huis, waar zij zaten. En van hen werden gezien verdeelde tongen als van vuur, en het zat op een iegelijk van hen. En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest, en begonnen te spreken met andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.
We lezen in handelingen 2 dat zij allen op die Pinksterdag eendrachtelijk bijeen waren en allen vervuld werden met de Heilige Geest en daarna in tongen begonnen te spreken, zoals de Geest het hun gaf uit te spreken. Velen zeggen dat zij allen verwijst naar de schare van ongeveer honderdtwintig mensen uit vers 15. Dat zou betekenen dat ongeveer 120 mensen op die Pinksterdag werden vervuld met de Heilige Geest en in tongen begonnen te spreken. Wij denken zelf dat er meer reden is om aan te nemen dat zij allen in handelingen 2:1 verwijst naar de twaalf discipelen. Waarom? Kijk eens naar de laatste vers in Handelingen 1: En zij wierpen hun loten; en het lot viel op Matthias, en hij werd met gemene toestemming tot de elf apostelen gekozen. Het eerstvolgende vers is handelingen 2:1: En als de dag van het Pinkster feest vervuld werd, waren zij allen eendrachtelijk bijeen. Is het dan niet logischer om aan te nemen dat zij allen verwijst naar de discipelen uit het vers ervoor? Trouwens, neem handelingen 1 maar eens in z'n geheel door, dan zul je de volgende conclusie kunnen trekken: het gaat eigenlijk alleen maar over de discipelen. In vers 8 is de belofte, die Jezus doet, ook gericht aan de discipelen die op dat moment bij Hem waren. De uitwerking van die belofte is wat in het begin van handelingen 2 wordt beschreven. Maar goed, dit artikel gaat niet over of er nou 11, 12 of 120 mensen op die Pinksterdag in tongen begonnen te spreken, want dat verandert niets aan datgene wat wij duidelijk willen maken.
Voor velen is de beschreven gebeurtenis in het begin van handelingen 2 reden om te veronderstellen dat iedere met de Geest vervulde christen in tongen behoort te spreken. Dit is niet correct. Nergens in handelingen (en nergens anders in de bijbel!) kunnen we lezen iedere gelovige in tongen behoort te spreken. Ja, het klopt dat er een groep(je) mensen allemaal in tongen begonnen te spreken nadat zij werden vervuld met de Heilige Geest. Maar dit betekent niet dat dit altijd het geval is. Dat is ook precies wat Paulus leert in de brief die hij aan Korinthe schreef over het spreken in tongen. Ook hier in handelingen komt weer terug dat deze mensen helemaal niet op zoek waren naar het ontvangen van de gave van het spreken in tongen. Het overkwam ze.
Trouwens, heb jij er wel eens een moment bij stil gestaan wat het betekent om vervuld te zijn met de Heilige Geest? Enig idee wat voor een verschil één enkele, waarlijk met de Heilige Geest vervulde christen zou uitmaken voor zijn of haar directe omgeving? Heb je er wel eens op gelet hoeveel wonderen en tekenen we in de bijbel zien gebeuren daar waar Geestvervulde christenen aanwezig zijn? Blader maar alleen eens door het boek van handelingen, dat bestaat eigenlijk alleen maar uit wonderen en tekenen. Alleen al op die pinksterdag in handelingen 2 werden drieduizend zielen toegevoegd aan Gods koninkrijk (zie handelingen 2:40-41)! Als het spreken in tongen dan echt het bewijs is van het vervuld zijn met de Heilige Geest, waar zijn dan de wonderen en tekenen die deze mensen dagelijks horen te volgen??? We zullen het je nog sterker vertellen: voor Jezus waren het helemaal geen wonderen en tekenen maar gewoon ‘werken' die Hij deed, omdat ze zo vaak voorkwamen en in eigenlijk iets normaals horen te zijn in het leven van iemand die Hem volgt:
Johannes 14:12 - Voorwaar, voorwaar zeg Ik ulieden: Die in Mij gelooft, de werken, die Ik doe, zal hij ook doen, en zal meerder doen, dan deze; want Ik ga heen tot Mijn Vader.
Het probleem zit simpelweg in het feit dat de hedendaagse leer rondom het spreken in tongen geen bijbelse is. Daardoor heeft de satan een ingang gekregen om met list en bedrog mensen te beïnvloeden, belemmeren en te schaden in hun (geestelijke) leven.
2 Timótheüs 4:3-4 - Want er zal een tijd zijn, wanneer zij de gezonde leer niet zullen verdragen; maar kittelachtig zijnde van gehoor, zullen zij zichzelven leraars opgaderen, naar hun eigen begeerlijkheden; En zullen hun gehoor van de waarheid afwenden, en zullen zich keren tot fabelen.
Laten we nog heel even terug gaan naar die Pinksterdag die in handelingen wordt beschreven. Toen de Heilige Geest daar werd uitgestort, gebeurde er daarna nog een groot wonder:
Handelingen 2:5-11 - En er waren Joden, te Jeruzalem wonende, godvruchtige mannen van allen volke dergenen, die onder den hemel zijn. En als deze stem geschied was, kwam de menigte samen, en werd beroerd, want een iegelijk hoorde hen in zijn eigen taal spreken. En zij ontzetten zich allen, en verwonderden zich, zeggende tot elkander: Ziet, zijn niet alle dezen, die daar spreken, Galileers? En hoe horen wij hen een iegelijk in onze eigen taal, in welke wij geboren zijn? Parthers, en Meders, en Elamieten, en de inwoners zijn van Mesopotamie, en Judea, en Cappadocie, Pontus en Azie. En Frygie, en Pamfylie, Egypte, en de delen van Libye, hetwelk bij Cyrene ligt, en uitlandse Romeinen, beiden Joden en Jodengenoten; Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze talen de grote werken Gods spreken.
De Heilige Geest was hier heel duidelijk aan het werk en zorgde ervoor dat er geen wanorde kon ontstaan en dat alles tot eer en glorie van God was. Stel je voor: een groep(je) mensen die in talen spreken die niemand kan verstaan, ook zij zelf niet. Dat is eigenlijk vragen om een chaotische en verwarrende situatie. Maar nee, er was geen chaos en geen verwarring. Een grote menigte was inmiddels toegestroomd en zij waren afkomstig uit vele verschillende landen en gebieden. We zien hier precies wat Paulus zegt in 1 Korinthe 14:22 - Zo dan, de vreemde talen zijn tot een teken niet dengenen, die geloven, maar den ongelovigen; en de profetie niet den ongelovigen, maar dengenen, die geloven. Een ieder van hen kon in zijn eigen taal horen hoe de mensen God aan het verheerlijken waren. God is geen God van chaos, wanorde en verwarring:
1 Korinthe 14:33 - Want God is geen God van verwarring, maar van vrede, gelijk in al de Gemeenten der heiligen.
De reden dat wij dit aanhalen, heeft te maken met het volgende gedeelte van dit artikel over het spreken in tongen. Niet alleen wordt ten onrechte geleerd dat deze gave voor een ieder is, ook wordt het spreken in tongen niet gedaan zoals wordt voorgeschreven in 1 Korinthe 14...
Volgende pagina: Spreken in tongen: zoals het zou moeten